9 januari 2007

anno Domini





Op de valreep van het jaar onzes Heren tweeduizendenzes overnachtten wij, op weg naar Oostenrijk, in het Zuid-Duitse dorpje Geiselwind. Bij aankomst bleek de royale boven-verdieping van huize Schaller in haar geheel voor ons te zijn gereserveerd. De inventaris bestond uit overtollig geworden meubilair, dat het bejaarde echtpaar in de loop van hun werkzame leven blijkbaar had weten te vergaren. In onze woonkamer telde ik - naast een reusachtig bergmeubel; een dubbele hanglegkast en een fauteuil - ook nog eens drie buffetkasten, drie tafels, een achtzits-hoekbank en dertien eetstoelen. De houten wanden van onze onder de kap gelegen bed&breakfast accommodatie waren eveneens in kringloopstijl verluchtigd met oude familiefoto's; kitscherige schilderijen van berglandschappen en andere al dan niet religieus getinte prullaria.