18 april 2008

manisch


Vannacht had ik een slaapdienst. Rond de boerderij was het ondanks het nachtelijke uur en de bewolking nog behoorlijk licht. Door de gaten in de bewolking was de maan met intervallen kort zichtbaar. Is ze (la luna toch?) nu vol, bijna vol, of pas vol geweest, vroeg ik me af. Eigenlijk druk ik me te sterk uit; ik vroeg het me niet af, het schoot door m'n hoofd. Een vluchtige vraag. Als ik het antwoord had willen weten had ik het kunnen vinden in de krant. Maar ik vond het blijkbaar de moeite van het opzoeken niet waard. Waarom niet, vraag ik me nu af. In het kielzog van een tamelijk onschuldig ogend volle maanvraagje doemen nu allerhande veel lastiger op te zoeken vragen op: Hoeveel flitsvragen schieten er dagelijks door ons hoofd? Zijn dat er bij ieder mens ongeveer evenveel of zijn er opvallende verschillen. Of heb ik het misschien alleen? Is er wat aan te doen of moet je ermee leren leven? Heeft een flitsvraag mogelijk een andere functie, omdat het er kennelijk niet primair om gaat dat hij beantwoord wordt? Bestaat er een wetenschappelijke naam of maateenheid voor dit type hersenactiviteit? In weerwil van de aard van de flitsvraag heb ik het antwoord op de maanvraag opgezocht: zondagmiddag om 12:25 precies zal de maan vol zijn. Op die dag heb ik toevallig weer een slaapdienst en puur uit naam van de wetenschap zal ik dan weer naar de maan kijken, slechts om vast te stellen of er andere flitsvragen zullen opduiken, nu die over de volheid van de maan al bij voorbaat onschadelijk is gemaakt.