"Mann werd de laatste jaren op verschillende manieren direct geconfronteerd met ’s mensen sterfelijkheid. Een gevluchte gevangene pleegde voor haar ogen zelfmoord op haar land; haar man bleek te lijden aan een zeldzame vorm van spierdystrofie. Haar antwoord is een fotoproject over de dood. Ze maakt foto’s van plekken waar de dood rondwaarde: de grond waar de aarde ,,een slokje bloed’’ nam van de zelfmoordenaar, de landschappen waar in de Amerikaanse Burgeroorlog slag werd geleverd. Ze graaft het gebeente van haar windhond op, schikt ze en legt ze vast. Ze fotografeert ook de mensenlijken die ten behoeve van onderzoek liggen te ontbinden in de tuin van een forensisch instituut. Dood is het verlies van controle, stelt ze vast. Ben je dood dan ben je echt weg. Je lichaam betekent niks. Ze sluit de reeks af met portretten van haar, volwassen, kinderen. Weer die antieke camera. Drie minuten doodstil blijven, drie minuten niet met je ogen knipperen. Dood en leven ineen." (Joyce Roodnat in NRC over de film)
Na het zien van de foto's van Mann en haar verhaal in de film kreeg ik inderdaad het gevoel (want beredeneerd had ik het al) dat een dood lichaam, ontdaan van emoties en sentiment slechts een stoffelijke huls is, een werktuig waar mens en dier, zolang ze leven dankbaar en vanzelfsprekend gebruik van maken, maar dat na het sterven slechts nog voer is voor kleine beestjes en niets meer te maken heeft met het wezen dat er ooit gebruik van heeft gemaakt. Drie weken lang heb ik in de overtuiging geleefd dat een dood lichaam iets heel vanzelfsprekends, doodgewoons en natuurlijks was. Tot vandaag. Want gat-ver-damme, wat onze zorgboerderij-kat met muizen doet, dat ziet er toch echt weerzinwekkend uit.