20 oktober 2008

Over de zinloosheid van het leven


Vind je het leven niet zinloos
zei hij. Het grint knarste onder
onze voeten. In plaats dat hij
blij was, je kon zien dat de winter
verging. Hoe bedoel je zei ik.
Hij bedoelde zinloos. De zon
scheen en de spiegel-gladde vijver
lag alweer te stinken van smerig
leven in beweging. Waarom bedroefd
zijn of boos als je niet wordt
begrepen, ik kon hem immers ook
niet volgen.

Rutger Kopland

(uit 'Het orgeltje van yesterday,' Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1968)