




Deze foto's zijn afkomstig van wild-webcams. Toen ik ze zag moest ik weer denken aan een boek van Erik Kessels (met een tekst van Tyler Whisnand) waarin alleen maar foto's staan van inheems wild, gemaakt met een camera die is uitgerust met een bewegingsdetector. Een paar jaar geleden had ik dat boek al eens doorgebladerd bij een boekenstand op het Fotofestival in Naarden. En toen dacht ik: wel grappig, maar wat moet ik ermee. Sinds de 'herten-crisis' op Terschelling ben ik daar wat anders tegen aan gaan kijken. Herten zijn blijkbaar zo schuw dat je ze met een verdovingsgeweer, waarvoor je ze tot op een meter of vijftig moet naderen, nauwelijks neer kunt leggen. Alleen al dat gegeven maakt deze foto's bijzonder. Vanaf dit standpunt kan een mens normaalgesproken een in het wild levend hert niet observeren, laat staan fotograferen. We dringen op deze foto's binnen in een wereld die onze fysieke aanwezigheid niet verdraagt. Een sprookjeswereld, die wij niet in levende lijve maar slechts op plaatjes kunnen waarnemen. Dus ik als een haas naar de catalogus van KesselsKramer Publishing om 'In almost every picture 3' (want zo heet het boek) online te bestellen. Maar in plaats van de mogelijkheid om het boek (dat in mijn hoofd inmiddels de status van ''mag in geen enkele boekenkast ontbreken-boek'' had bereikt) aan te schaffen, las ik twee Engelse woordjes: 'sold out'. Hoe zou ik de slaap ooit (maar mijn eerste zorg ging vooral uit naar de naderende nacht) nog kunnen vatten, zolang ik woelend en draaiend zou worden gekweld door de gedachte dat de sprookjeswereld van het hert voor mij altijd een gesloten (lees: niet gekocht toen het nog kon) boek zou blijven.