
Het is zomer. Opa heeft alle tafels en stoelen in de tuin gezet. Moeder is bij oma en tante Lottie in de keuken. Ze zijn in de weer met de hapjes en de voorbereidingen voor de maaltijd. Hij hoort ze lachen en praten. Vader staat nog wat onwennig naar een donkere hoek van de tuin te staren, terwijl opa naar een verhaal van oom Henk luistert. Oom Henk doet op iedere verjaardag steevast verslag van zijn laatste kwalen. Kees luistert met een half oor mee. "En een pijn Jacob," zegt oom Henk terwijl hij opa aanwijst waar de pijn zich bevond. "Niet normaal, van die steken alsof ze met een mes in je zij staan te prikken. Ik zeg tegen Lottie: dit is foute boel. Zal ik de ambulance bellen, vraagt ze ook nog. Ja natuurlijk, zeg ik, maar haast je want anders kun je beter gelijk de begrafenisondernemer bellen. Jacob jongen je kunt je die pijn niet voorstellen. Ik ben natuurlijk in verband met mijn zwakke gezondheid afgekeurd voor het leger maar ik denk je de pijn het best kunt vergelijken met de inslag van een granaatscherf. Ongelofelijk, dit wens ik zelfs mijn ergste vijand niet toe." Opa knikt begripvol en spitst zijn oren of er misschien al nieuwe gasten aanbellen.
Kees' gedachten dwalen af naar Doenja, een meisje uit zijn klas, die vlak voor de zomervakantie hals over kop naar het ziekenhuis moest met een blindedarmontsteking. Al vanaf de eerste dag op de kleuterschool is hij heimelijk verliefd op haar. Zeven jaar alweer, rekent hij uit. Na de zomervakantie zullen ze nog één jaar samen in één klas zitten, en daarna zal ze waarschijnlijk naar een andere school gaan, want ze kan veel beter leren dan hij. Zijn ogen worden een beetje vochtig bij die gedachte en hij merkt niet dat moeder de tuin is ingelopen. "Wie heeft er zin in een gebakje," vraagt ze stralend. "Ikke," roept opa, opgelucht dat hij even is verlost van de kwalen van oom Henk. Vader draait zich om en flauwe grapt; "Kees niet hoor, die stopt het toch alleen maar onder z'n neus." Oom Henk lacht voorzichtig en Kees snuit z'n neus: het feest is begonnen.
(Pietrix kocht in Frankrijk ooit een koffertje met oude foto's. Samen met Koos vroeg ze aan leden van fotoclub Leeuwarden om bij een aantal van die foto's een verhaaltje te schrijven. De verhaaltjes samen met de foto's bundelde ze in een klein boekje: La valise de photo)