Toen Moeder ziek wasJaap mag even bij Moeder kijken. Ze ligt in de slaapkamer op bed.
Ze is zo bleek! En haar ogen staan zo vreemd!
"Dag moeder," zegt Jaap zacht.
"Dag, mijn jongen," zegt Moeder. Ze probeert te lachen. Maar het gaat niet best. Ze trekt Jaap naar zich toe en geeft hem een zoen.
Jaap gaat op de stoel voor het bed zitten. Hij houdt Moeders hand vast. Hij streelt die zacht. Die hand is zo warm. Er komt een vreemd zwaar gevoel in Jaaps borst, waardoor hij telkens zuchten moet. Want het is nog nooit eerder gebeurd, dat moeder ziek was.
uit: Anne de Vries - Toen Moeder ziek was (Jaap en Gerdientje, leesboek voor de basisschool, tweede deeltje, 1939; het geboortejaar van mijn moeder)