Gisteren, of inmiddels alweer (het is laat) eergisteren, was de tweede keer dit jaar dat ik tussen de middag met Jelke in de tuin een boterham zat te eten. De zon scheen, een graad of vijftien schat ik, maar de wind was nog koud. 'Het is vandaag een trieste dag,' sprak ik ernstig. 'Hoezo,' vroeg Jelke. 'Nou het is vandaag de allerlaatste dag van je hele leven dat je vijf bent, morgen word je zes en dan word je nooit weer vijf, ook al word je honderd.' 'Nou en,' zei Jelke, 'ik wil graag zes worden.'