Voor vogelfotografie is meer dan alleen maar geduld nodig, ontdekte ik afgelopen week. Een vogel moet in een man of een vrouw met een camera ook een vogelfotograaf her-kennen, want alleen dan zullen vogels zich op hun voorde-ligst tonen en zich natuurlijk gedragen. In mij, zien vogels overduidelijk geen vogelfotograaf, want ze gaan gelijk kunstjes doen of ze vermommen zich als rode kool. Met die vaststelling beland ik op een cruciale driesprong in mijn nog slechts in de dop verkerende vogelfotografische carriere. Eén: ik stop helemaal met vogels. Twee: ik doe alleen nog maar lach-, spot- en circusvogels. Of drie: ik ga met behulp van een camouflagetent huis-, tuin- en keukenvogels in een nabijgelegen park fotograferen en wacht met een Sudoku en een thermosfles onder handbereik tot de tamme eenden zijn uitgelachen. (volgend bericht)